Boy & Bear is afkomstig uit Australië en begon als een soloproject van de singer-songwriter Dave Hosking. De band bestaat nog maar drie jaar is dus relatief jong, maar heeft in korte tijd al veel succes in het thuisland. Als in eind 2009 de single Mexican Mavis door de lokale radio wordt opgepikt, gaat het snel en een jaar later spelen ze al veel shows. Na deze succesvolle shows in het thuisland wordt het tijd om over de grenzen van Australië heen te gaan. De band zegt dan ook internationale ambities te hebben. Het concert in Bitterzoet is hun kans om te bewijzen dat de band de capaciteit bezit om ook buiten Australië indruk te maken.
De band begint de avond met het nummer Lordy May. Ze beginnen vijf minuten later dan de bedoeling was en het publiek geeft al met veel gejuich aan er zin in te hebben. De drums zijn hard en in eerste instantie overheersend; het lijkt alsof de rest verdrinkt in het ritme van de percussie. Maar schijn bedriegt en zodra de zanger inzet, mengen de afzonderlijke instrumenten zich tot een geoliede harmonie. Nadat het nummer afgelopen is, gaat de band naadloos verder met Milk & Sticks waarbij het tempo hoger komt te liggen. Dit hogere tempo wordt doorgezet in de volgende nummers en dit zorgt ook meteen bij sommige fans voor een kritiekpunt van de setlist. Het tempo van de nummers ligt erg dicht bij elkaar en de instrumentatie is steeds hetzelfde. Toch vind ik dat er voldoende variatie is om te voorkomen dat het eentonig wordt. Zo is de percussie toch steeds weer innovatief en net een beetje anders dan de standaard. En ook varieert de zanger steeds weer in zijn manier van zingen en voegt af en toe ook een aanstekelijk fluitdeuntje toe. Dit gezegd hebbende, denk ik wel dat het de setlist goed zal doen als er ook een paar (niet teveel) écht rustigere nummers zitten, zodat de emotie nog beter over komt. Want er zit genoeg emotie in de teksten, die nog meer naar voren mag komen. Maar een nummer hoeft natuurlijk niet rustig te zijn om toch een emotionele uitstraling te hebben. De zanger heeft aangegeven om in de aankomende shows wat nieuw materiaal te spelen. Ik ben benieuwd wat voor variatie dat oplevert.
Wat net voor dat beetje extra zorgt is de harmonieuze samenzang. Leuk om te weten is dat de andere leden van de band ook allemaal singer-songwriters zijn en dit is goed te horen als halverwege het optreden een cover wordt gespeeld van de band Crowded House. Voor mij betekent deze cover het hoogtepunt van de avond. Met toevoeging van een banjo en een zich voortslepende beat zorgt Boy & Bear voor een geheel eigen versie van het nummer Fall at Your Feet, maar laat het nummer tegelijkertijd zijn waarde behouden. Nu is een nummer als het (goed) live wordt gespeeld altijd indrukwekkender dan een nummer op een album, maar er zijn nummers die live een geheel nieuwe dimensie en spanning krijgen. Dit is zeker het geval bij de cover. Er wordt veelvuldig tegelijkertijd door alle leden van de band gezongen en dit zorgt voor een heel vol geluid dat alleen live overgedragen kan worden en een onuitwisbare indruk achterlaat.
De stijl van de band wordt door de zanger Dave Hosking beschreven als indiefolk met een donkere ondertoon. Deze donkere ondertoon is vooral terug te horen in het nummer My Only One, dat de zanger tevens als één van zijn favoriete nummers van de band bestempelt. Het nummer zorgt tevens voor een wat rustiger punt in de overwegend uptempo setlist. De donkere ondertoon in het nummer is vooral terug te vinden in de tekst waarin de zanger zingt dat zelfs zijn schaduw hem angst aanjaagt, en de ietwat melancholieke gitaarriffs die aan het begin van het nummer wordt ingezet en in de rest van het nummer doorzetten. Ook de gitaarsolo aan het einde van het nummer brengt een onderbuik gevoel teweeg.
Onderling is goed te zien dat de bandleden zich comfortabel tegenover elkaar voelen. Af en toe een zijdelingse blik of een lachje naar elkaar laat een kameraadschappelijke uitstraling zien. De band komt sympathiek over; de praatjes tussendoor maakt dat het publiek zich verbonden voelt met de band. Nu en dan een grapje laat een collectief gelach opstijgen en als de zanger vraagt hoe je ‘thank you’ in het Nederlands zegt klinkt er een oorverdovend ‘dankjewel!’. En als hij in het nummer Feeding Line net iets te buiten adem raakt om fluitend een hoge noot te halen, zorgt zijn innemende uitstraling ervoor dat het publiek het hem vergeeft. De band grijnst ook veelvuldig naar het publiek en bedankt de toeschouwers herhaaldelijk voor de grote opkomst, waarover de band zich oprecht verbaasd.
Wat mij opvalt is dat de band vaak wordt vergeleken met, en dan meestal als mindere versie van, de band Mumford and Sons, die inmiddels erg succesvol is. De vergelijking komt waarschijnlijk voort uit het feit dat beide bands een folk geluid hebben en vaak gebruik maken van een banjo. Daarnaast heeft Boy & Bear een aantal keer in het voorprogramma gespeeld van Mumford and Sons. Ook worden ze vaak vergeleken met Fleet Foxes, die ook een folkachtig geluid heeft. De vergelijkingen zijn begrijpelijk, maar Boy & Bear doet zeker niet onder voor de twee groten uit de hedendaagse folk/indie scene. Boy & Bear verwerkt veel meer rockachtige invloeden in hun muziek dan Fleet Foxes, wat hun muziek goed doet. Ze schuwen elektrische gitaren dan ook niet. Ook zijn de drums meer aanwezig dan in de muziek van Mumford and Sons, wat ik wederom als een pluspunt zie. Ik denk dat als Boy & Bear nog wat meer tijd krijgt om hun muziek bij het grote publiek te laten aankomen, ze zich naast andere grote bands als Mumford and Sons en Fleet Foxes mogen scharen. De band stelt ook dat ze zich niet in één hokje willen laten duwen wat genres betreft, maar ook verassend willen blijven.
De band sluit de geslaagde show af met twee van hun bekendere nummers: Feeding Line en Rabbit Song en de drums houden het tempo weer hoog. De nummers slaan aan en er wordt zelfs meegezongen. In Rabbit Song zit een aanstekelijke melodie en de achtergrondvocalen zorgen voor een stevige ruggengraat van het nummer die op deze manier live goed overkomt.
Met dit optreden heeft Boy & Bear zichzelf bewezen en laten zien dat de band meer is dan alleen een vergelijking met Mumford & Sons, en meer dan het zoveelste pop/folk bandje. Bewijs hiervoor is de uitverkochte zaal en het feit dat de show zo succesvol was dat ze nog een keer in Paradiso mogen spelen. In de Grote Zaal dit keer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Vertel!